ds schrijft deel 2

 

Arizona Ranger - feiten vanaf 1902 ....!
 

Deel 2

Door het frequente personeelsverloop, was het voor Captain Rynning mogelijk om de rangers
nu samen te gaan stellen met mannen van zijn eigen keuze. Op zijn tweede dag als captain,
nam hij James T. "Shorty" Holmes in dienst, Holmes was van oorspong uit Denemarken,
maar was nu trombonist
in Michigan,
aangetrokken door Arizona werd hij daar cowboy.

Captain Rynning

Holmes heeft de rangers zeven jaar gediend en werd in 1904 aangesteld als sergeant.
In de loop van september nam Rynning Frank Wheeler en de Texaan William W.Webb aan; die als soldaat
had gediend in de eenheid van Rynning bij de "Rough Riders". Wheeler, een Mississippiër, werd in 1903
bevorderd tot sergeant en was een markante en uitstekende ranger voor zeven jaren.
Voor het einde van 1902, stelde Rynning nog drie rangers aan: Bob Anderson, John Foster, en Bull Bassett.
Allen mannen van Rynning's eerste aanstelling waren voormalige cowboys, en allen op één na
- Webb - hebben meerdere keren hun contract als ranger verlengd. Foster, een voormalige wetsdienaar,
werd aangenomen als sergeant.
Van 6 tot 20 oktober verrichte een ranger groep onder leiding van Rynning dienst in Globe om een staking
bij de Old Dominion Copper Company onder controle te houden. Het mijnwerk was een gevaarlijke,
slecht betaalde baan en met de veiligheid werd het ook niet zo nauw genomen. Er was nu een conflict
over deze werkomstandigheden en de mijnwerkers dreigden de hoofdschacht van de mijn op een
diepte van 12.000 voet onder water te zetten, mijn opzichter Fred Hoar
had
ook al een paar doodsbedreigingen ontvangen.
De aanwezigheid van de rangers hield de situatie in toom en het geheel verliep verder zonder ernstige
incidenten. Echter, in de toekomst zou er veel meer inmenging van de rangers worden gevergd
bij de arbeid problemen in Arizona.
De rangers verrichten meer dan twintig belangrijke arrestaties gedurende November en December.
Er werden veel paarden en vee dieven opgepakt, tegelijk met een voortvluchtige uit New Mexico en verder
nog een variëteit aan Arizona wetovertreders.
De Ranger status over het eerste volle jaar was een zeer goede geweest en zou leiden tot belangrijke
consequenties voor de eenheid in 1903.

In de eerste maand van 1903 waren er een paar belangrijke arrestaties,
en Alexander R. "Lonnie" MacDonald was de enigste nieuwe rekruut.
De rangers kregen steeds meer positieve reacties en op 19 maart 1903 werd er door de politiek
een voorstel goedgekeurd welke de grote van de eenheid zou verdubbelen. Veertien man konden
nauwelijks geheel Arizona bestrijken en hun inzet had zich dan ook geconcentreerd op zuidoost Arizona
waar veedieven actief waren langs de grenzen met Mexico en New Mexico.
Consequentie was wel dat veel districten in de tussentijd waren verwaarloosd, geen enkele arrestatie had er recentelijk
nog plaats gevonden in acht van deze districten. Met de uitbreiding van de Ranger eenheid was de mogelijkheid nu aanwezig
om manschappen over het gehele territorium te stationeren.

Sectie no. 64 van de Rangers Act gaf aan dat de eenheid voortaan mocht bestaan uit:
één Captain, één lieutenant, vier sergeanten en niet meer dan twintig privates (rangers).
Het Captains salaris werd verhoogd naar $ 175,- per maand, een lieutenant zou maandelijks $ 130,- ontvangen,
de maandelijkse betaling van de sergeanten werd vermeerderd tot $ 110,- en dat van de privates tot $ 100,-.
Van elke ranger werd nog steeds verwacht dat hij zichzelf voorzag van goede bewapening,
een bruikbaar paard en benodigde kamp uitrusting.
Nu zou ieder ranger echter nog een extra pakdier moeten hebben.
Captain Rynning werd belast met het bijeen krijgen van pakdieren en bepakkinguitrusting.
Een andere voorziening betrof het laten dragen van badges (insignes) door de rangers.
Daar de anonimiteit van de rangers grotendeels was verdwenen konden er nu duidelijk herkenbare
insignes aan worden toegekend.
Vijfentwintig zilveren insignes werden handgemaakt, elk een vijfpuntige ball-tipped ster met de tekst
"ARIZONA RANGERS" (in het blauw) erin gegraveerd.

Bij de Captain, Lieutenant en Sergeanten stond tevens hun rang erbij gegraveerd,
terwijl de sterren van de rangers (privates) voorzien waren van een nummer.
Bij het verlaten van de eenheid diende men zijn ster in te leveren bij de Captain.
Foto's en afbeeldingen geven vaak de rangers weer waarbij zij trots hun zilveren ster zichtbaar droegen,
Als de mannen "undercover" werkten werd de ster meestal in de zak of aan de binnenzijde van hun jas bevestigd
zodat deze niet onmiddellijk zou opvallen.

Rynning een organisator en beheerder van nature moest nu leiding geven aan een redelijk grote organisatie, als tweede
in rang benoemde hij Sgt. John Foster die nu bevorderd was tot lieutenant.
John Campbell, die één van Mossman's eerste rekruten was geweest, was bevorder tot sergeant. De ranger archieven
blijven onduidelijk over het verloop van de bevorderingen aangaande de andere drie sergeant vacatures.
Lonnie MacDonald is een sergeant geworden en wellicht was dit in deze periode, en in oktober werd
Frank Wheeler bevorderd tot sergeant.
Harry Wheeler is minder dan drie maanden een private geweest toen hij op 15 oktober
werd bevorderd tot sergeant.
Arthur A. Hopkins, die lang heeft dienst gedaan als hoofd van het bureau in Douglas en in april in dienst
was getreden werd niet eerder bevorderd tot sergeant als in augustus 1904.
William D. Allison, aangeworven op 27 april, was een tiental jaren sheriff geweest van Midland County
en gedurende twee jaar als Texas Ranger had hij als Sgt.1 van Company D gediend onder
de fameuze "Border Boss" (Grens Baas) Captain John Hughes.
Rynning benoemde Allison als snel tot Sgt.1 van de Arizona Rangers.

Gemachtigd tot verdubbeling van de mankracht begon Rynning met een krachtig rekrutering programma.
Tien nieuwe mannen werden in april aangeworven, vijf van hen op de eerste dag van de maand:
Hopkins, een voormalige soldaat; Sam Henshaw, een cowboy van Texas;
David Warford, een bosbeheerder en voormalig Rough Rider;
cowboy Clarence L. "Chapo" Beaty; en de achtentwintig jaar oude Jeff Kidder; een wapengek uit Dakota
die wilde aantonen de beste te zijn onder de nieuwe rekruten.
Later in april werden door Rynning nog aangenomen: William D. Allison; cowboy James D. Baley;
Tip Stanford en Owen Wilson veedrijvers van Texas; en "Timberline Bill" Sparks die in de
veehandel had gewerkt.
Wilson, Henshaw en Warford hebben slechts enkele maanden dienst gedaan en werden
'in het belang van de organisatie' ontslagen.
Voor het overige was de keus van Rynning een goede geweest, elk van de zeven in april
aangeworven rekruten hebben meerdere keren bijgetekend.
Stanford, Sparks, Kiddler, Beaty en Hopkins hadden door hun diensttijd een
bevordering tot sergeant verdiend, en in oktober werd Allison bevorderd
tot lieutenant. Hiermee Foster vervangend die ontslag had genomen om
de functie van U.S. Deputy Marshall aan te kunnen nemen.
( Foster heeft zich later weer bij de Rangers aangesloten en gediend tot 15 mei 1907)


De Rangers in
het plaatsje Morenci
(hun dienst gedurende de mijnwerkers staking in Morenci werd zowel door de mannen
zelf als door het grote publiek van Arizona als zeer onpopulair optreden beoordeeld)


Voordat het jaar om was had Rynning weer tien nieuwe rekruten aangeworven, maar
enkele van hen hebben slechts een aantal maanden dienst gedaan.
Maar John J. Brooks die in oktober in dienst was gekomen werd in april bevorderd
tot lieutenant, terwijl een juli rekruut, ex-cavalerieman Harry Wheeler de meest
bekende en beste Ranger in de geschiedenis van de eenheid werd.

Rynning trainde zijn rangers vooral in het efficiënt omgaan met de zware Colt .45 en het met het oog
inschatten van een afstand bij het gebruik van de Winchester model 1895.
De Winchester model 1895 was voorzien een instelbaar vizier, maar in een onverwachts
vuurgevecht kon de tijd benodigd voor een goede instelling net fataal blijken te zijn, vandaar
dat Rynning zijn mannen de kunst van het afstand inschatten bijbracht.
Veel rangers kochten hun wapens bij een wapenhandel in Tombstone welke bekend stond
als de beste van het Territorium. Men kocht ook liever nieuwe als gebruikte wapens
omdat men daar beter op kon vertrouwen.
Alhoewel de meeste rangers waren uitgerust met de Winchester 1895, gaven een aantal
Rough Rider veteranen de voorkeur aan de Spaanse Mauser die zij toch als een
meer superior wapen beschouwde. Chapo Beaty maakte zijn wapenuitrusting compleet
met een afgezaagde shotgun: "Je kan deze gemakkelijk vanuit de heup afvuren" was
zijn commentaar.
De meeste rangers droegen hun revolver op de rechter heup, met de handgreep naar
achter gericht. Een enkeling stak zijn de grote Colt .45 tussen zijn patronengordel,
maar de meeste droegen holsters welke waren ingesmeerd met skunk (stinkdier)
olie om hen glanzend en soepel te maken. Een enkele ranger gebruikte een clip
aan de binnenzijde van hun broek. Er waren ook rangers die hun wapen
op de linkerheup droegen met de kolf voorwaarts gericht zodat zij kruislings
konden trekken.
Joe Perchard stelde vast: "dat een revolver op de linkerheup met de handgreep
naar voren nog steeds de snelste was
". Maar zoals de meeste rangers droeg
hij zelf zijn wapen op de rechterheup daar dit de meest comfortabele rijhouding
was en het wapen tevens door de jas werd verborgen.

In maart 1907 ontving Tom Rynning een promotie aanbod waar hij al lang
naar op zoek was geweest. Jerry Millay, toezichthouder van de Yuma Territoriale
Gevangenis legde om gezondheidsredenen zijn functie neer, en deze functie werd
nu aangeboden aan Rynning.
"Het was wel wrang om de Rangers te gaan verlaten" was het commentaar van Rynning,
die met uitzondering van het eerste jaar de rangers in hun vijf en een half jaar bestaan
als Captain had geleid. Maar Rynning was van mening dat de zwaarste taak van de
rangers onder
de hand wel was vervuld, en hij was een politiek georiënteerd man met
een bestuurlijke gave die uitzag naar een nieuwe uitdaging.

Telkens als het gerucht van Rynning's aftreden al de ronde had gedaan, werd er al druk
gespeculeerd dat Harry Wheeler bevorderd zou worden tot Captain.
Er was zeer veel publiek belangstelling over het feit wie de nieuwe Captain van de
Rangers zou gaan worden, maar de speculaties hierover waren maar van korte duur.

Harry Wheeler had
op iedereen al indruk gemaakt met zijn moed en bekwaamheid als een
officier, en met zijn intense toewijding voor zijn werk. Één van zijn supporters,
Sheriff John White van Cochise County schreef in lovende woorden een brief aan
Gouverneur Kibbey met de aanbeveling dat Wheeler de juiste man voor deze job zou zijn.
Gouverneur Kibbey nam hierna snel contact op met Wheeler over deze functie,
en even snel accepteerde Harry
.
Zijn aanstelling werd op 22 maart wettelijk vastgelegd en op zaterdag 25 Maart 1907
legde Harry C. Wheeler de eed af als de derde Captain van de Arizona Rangers.

 

In deel 3 meer.
So long DS

Bronnen:
Arizona Rangers
Arizona History